Scientias · Wetenschap
Smartphonebezit bij twaalfjarigen correleert met eetstoornis-symptomen
Amerikaans onderzoek suggereert een verband tussen het hebben van een eigen smartphone op twaalfjarige leeftijd en een verhoogd risico op symptomen van eetstoornissen, een patroon dat twee jaar later nog steeds zichtbaar is.

Uit een studie onder bijna 9.000 jongeren bleek dat 70% van de twaalfjarigen een eigen smartphone had. Deze groep vertoonde vaker eetbuien, koppelde eigenwaarde sterker aan gewicht, en had een grotere kans op compenserend gedrag of zorgen over gewichtstoename.
Dit verband bleef bestaan, zelfs na correctie voor reeds bestaande klachten op twaalfjarige leeftijd. Twee jaar later hadden smartphonebezitters nog steeds significant meer eetbuien en compenserend gedrag, en een verdubbelde kans op gewichtsgerelateerde eigenwaarde.
De onderzoekers hielden rekening met diverse factoren zoals inkomen, opleiding, lichaamsgewicht, puberteitsstadium, depressieve klachten en ouderlijk toezicht. Ook het bezit van andere apparaten werd meegenomen om het effect van de smartphone te isoleren.
Het onderzoek verklaart niet de precieze oorzaak, maar speculeert over mogelijke mechanismen. Deze omvatten blootstelling aan geïdealiseerde lichaamsbeelden, toegang tot pro-eetstoornis online groepen, slaaptekort door nachtelijk gebruik, en het gebruik van eten als copingmechanisme voor stress.
In Nederland is smartphonebezit onder jongeren hoger dan in de onderzochte Amerikaanse groep. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut heeft 97% van de twaalfjarigen een smartphone.
Het kabinet adviseert om te wachten met een eerste smartphone tot groep 8 en met sociale media tot 15 jaar.
De incidentie van eetstoornissen bij jonge kinderen in Nederland neemt toe. Het aantal nieuwe gevallen van anorexia bij 10- tot 14-jarigen steeg aanzienlijk.
AI-samenvatting op basis van de bron.
Scientias