Smithsonian Magazine · Mens & maatschappij
Denisova-fossielen en -gereedschappen opgegraven in China
Een belangrijke ontdekking van Denisova-fossielen en -gereedschappen in een grot in het zuidwesten van China biedt nieuwe inzichten in het leven van deze uitgestorven menselijke verwanten.
/https://tf-cmsv2-smithsonianmag-media.s3.amazonaws.com/filer_public/3a/70/3a7012b6-f877-41a0-a0ee-fc2251c68db7/smithsonian_feature_images_17.png)
Denisovamensen, een groep archaïsche mensen die tussen 400,000 en 30,000 jaar geleden in Azië leefden, zijn grotendeels een mysterie gebleven vanwege de schaarste aan fossiel bewijs in vergelijking met Neanderthalers.
Onderzoekers analyseerden meer dan 60,000 botfragmenten uit de Bianfu-grot in de Chinese provincie Yunnan, waarbij ze proteïneanalyse gebruikten om Denisova-resten te identificeren.
De vondsten omvatten schedelfragmenten, tanden en een onderarmbot van ten minste vier individuen die tussen 134,000 en 167,000 jaar geleden leefden. Het onderarmbot vertoont overeenkomsten met Neanderthalers, maar lijkt meer op moderne mensen, wat mogelijk functionele voordelen biedt voor manipulatie.
Hoewel DNA niet kon worden bewaard vanwege de omstandigheden in de grot, zijn de opgegraven fossielen significant voor het begrijpen van de Denisova-anatomie.
Meer dan 1,300 stenen en botten gereedschappen, vermoedelijk gemaakt door Denisovamensen, werden ook gevonden. Deze gereedschappen zijn eenvoudiger dan die gemaakt door Neanderthalers en suggereren een flexibele aanpassingsstrategie.
Bewijs van snijsporen op dierenbotten geeft aan dat Denisovamensen op grote prooien jaagden en deze consumeerden, wat bekwame jachtstrategieën vereiste.
Deze ontdekking breidt het bekende verspreidingsgebied van Denisovamensen uit en biedt een ongekende blik in hun dagelijks leven en gedrag.
AI-samenvatting op basis van de bron.
Smithsonian Magazine