Radar van Elk Solutions

Scientias · Wetenschap

Plesiosauriërs zwommen naar de kust om braaksel uit te spugen

Nieuw onderzoek suggereert dat langnekkige zeereptielen, plesiosauriërs genaamd, naar riviermondingen zwommen om onverteerbaar voedsel uit te braken. Dit gedrag lijkt op dat van moderne zeezoogdieren en reptielen.

Plesiosauriërs, heersers van de Jurazee, hadden last van maagproblemen. Onderzoek toont aan dat ze naar riviermondingen zwommen om schelpen en ander afval uit te braken, vergelijkbaar met pelsrobben en zeekrokodillen.

Eerdere studies suggereerden dat ze schelpdieren van de zeebodem verzamelden, maar hun tanden niet konden gebruiken om ze te vermalen. Het onverteerbare materiaal werd samengeperst tot balletjes en uitgespuugd.

Paleontoloog Dirk Knaust vond gefossiliseerde braakballen, 'regurgitalieten' genaamd, in een gebied dat ooit een riviermonding was. De schelpdieren konden niet overleven in de wisselende zoutgehaltes, wat erop wijst dat de plesiosauriërs ze dieper op zee aten.

Knaust analyseerde meer dan twintig regurgitalieten en concludeerde dat plesiosauriërs naar de kust zwommen om de harde restjes uit te spugen. Dit is de eerste keer dat braaksel van een plesiosauriër met schelpdieren erin is geïdentificeerd.

De fossielen werden gevonden in boorkernmateriaal uit Noordzeeboringen. Knaust vermoedt dat plesiosauriërs dicht bij de kust kwamen om te rusten of te slapen, en daarbij braakten.

Het braaksel bleef bewaard door compactheid en slijm, en werd beschermd door sediment of kreeftenholen. Naast braaksel vond Knaust ook een bot en coprolieten.

De inhoud van het braaksel, waaronder schelpen en wormkokers, wijst op een dieet van hardschalige prooien op de zeebodem. Plesiosauriërs, die vier tot acht meter lang waren, passen qua grootte en dieet het best bij de producent van dit braaksel.

AI-samenvatting op basis van de bron.

Scientias