Radar van Elk Solutions

Scientias · Wetenschap

Genactiviteit bepaalt of mieren soortgenoten helpen

Niet elke mier helpt een soortgenoot in nood; dit hangt niet af van spierkracht of energie, maar van de activiteit van specifieke genen, zo blijkt uit een nieuwe studie. Dit reddingsgedrag, voorheen vooral geassocieerd met zoogdieren, is bij mieren onafhankelijk ontstaan.

Onderzoekers bootsten een noodsituatie na door een mier vast te zetten onder zand. Mieren die de vastzittende soortgenoot probeerden te bevrijden door te graven of te trekken, werden als 'redders' geclassificeerd, terwijl mieren die wel dichterbij kwamen maar niets deden, als 'niet-redders' werden bestempeld.

Vervolgens analyseerden de wetenschappers de genactiviteit in de antennes en hersengebieden van de mieren. Ze ontdekten dat bij reddende mieren vijftien genen actiever waren, waaronder genen gerelateerd aan geurwaarneming, hormoonregulatie, stofwisseling en immuunfuncties. Er werden geen verschillen gevonden in spierkracht of energiereserves.

De studie suggereert dat immuungenen, die bij insecten ook invloed hebben op activiteitsniveau en sociaal gedrag, een rol spelen bij het reguleren van sociale reacties. Het reddingsgedrag lijkt te ontstaan uit een samenspel van zintuiglijke waarneming, verwerking in het zenuwstelsel en moleculaire signaalroutes die de reactiebereidheid bepalen.

AI-samenvatting op basis van de bron.

Scientias